Up North
G’day!
Tijd voor de volgende aflevering van Hoe Laura door Nieuw Zeeland Scheurt. Dit keer met wat cultureel verantwoorde achtergrondinformatie, cursief gedrukt, dus makkelijk over te slaan voor de Wilders aanhangers onder jullie.
Na de Coromandel ben ik zo snel als legaal mogelijk is door Auckland gereden (daar kun je letterlijk niet omheen, is even breed als het stukje land waar het op ligt), blij dat ik wél gewend ben aan driebaans snelweg rijden, in tegenstelling tot alle randdebielen om me heen. Doel was Paihia in de Bay of Islands, maar omdat het best een flinke rit was en ik toch alle tijd heb, heb ik eerst een nachtje in Whangarei doorgebracht. Het hostel was als een hotel, heel mooi, maar ook heel rustig, op wat maffe Aziaten na. Naast het hostel lagen een paar glow worm caves (glow worms zijn gloeiwormen, maar dat klinkt zo suf). Het fijne weet ik er niet van, maar ze geven fel groengeel licht als ze honger hebben, en als ze na 9 maanden eindelijk een vliegje worden, paren ze een dag, leggen eieren en gaan dood. Volgens de hostelmensen kon ik best in m’n eentje naar binnen, maar toen ik even later met hele grote waterschoenen en een fietslamp op m’n hoofd een donkere grot in aan het klimmen was, dacht ik wel even van Laura waar denk je dat je mee bezig bent… Eenmaal binnen was het heel gaaf, allemaal kleine lichtjes!
De volgende dag, na een paar uurtjes bruin worden op een prachtig privé strandje, op naar Paihia, een echt toeristendorp maar ik vond het heerlijk! Prachtige kust, prachtig weer en eindelijk een beetje drukte in de backpackers. Heb een paar dagen rondgehangen met een ietwat wazige Ierse metselaar, een nog veel raardere Duitser, een Fransman die op Bora Bora woont en een werkelijk enorme Zweedse bakker. En een dag gezeild… als iemand voor mij ooit een zeiltripje kan regelen houd ik me van harte aanbevolen (wel met mooi weer), echt geweldig! Ook nog gesnorkeld, maar dat vond ik eigenlijk een beetje eng.
Ik kon niet te lang blijven plakken, en ben verder naar het Noorden gereden. Vlakbij Paihia liggen de Waitangi Treaty Grounds, tijd voor een Cultureel Intermezzo…
Rond 1100 arriveerden de eerste mensen in Nieuw Zeeland, waar ze precies vandaan kwamen is niet bekend. Dit zijn de hedendaagse Maori, waar ik al eerder over verteld heb. Een paar honderd jaar was er genoeg te eten (alleen vogels, Nieuw Zeeland heeft geen inheemse zoogdieren op wat vleermuizen na, maar er liepen hier vroeger reusachtige loopvogels rond, soort Pino’s uit Sesamstraat). Dat kon natuurlijk niet blijven duren, en met de toenemende competitie ontstonden er steeds meer Iwi, Maori tribes of gangs.
In 1642 kwam onze lieftallige landgenoot Abel Tasman al een kijkje nemen, maar dat verhaal bewaren we voor later. Vanaf 1769 kwamen er steeds meer Europeanen(met name Britten) naar Nieuw Zeeland. Ze leefden redelijk samen met de Maori , ruilden kennis en voedsel, en introduceerden wapens en ziekten. Met name de in eerste instantie scheve verdeling van de wapens zorgde voor veel strijd tussen de verschillende Iwi, de ‘Musket Wars’.
De Maori gaan langzaam maar zeker de voordelen van de Europese invasie inzien, en de Britten denken hetzelfde. In 1840 komen ze tot een deal, de Treaty of Waitangi, waarna Nieuw Zeeland onder het Britse koninkrijk valt. De Treaty heeft een Engelse en een Maori vertaling. Deze vertaling is niet altijd even zuiver, waardoor het voor de Maori niet al te voordelig heeft uitgepakt. In de Maori vertaling hielden de chiefs, de leiders van de tribes, bijvoorbeeld hun macht, in de Engelse vertaling vielen ze volledig onder het Britse koninkrijk. Dit heeft halverwege de 19e eeuw tot verschillende oorlogen geleid. Vandaag de dag leven de Maori en Pakeha min of meer samen, soms geïntegreerd, en soms als twee verschillende culturen.
Na een bezoekje aan de Treaty Grounds was mijn doel het uiterste noorden van het Noordereiland, Cape Reinga, de plaats waar de Tasman Sea en de South Pacific samen komen. De leukste weg daar naar toe gaat over 90 Mile Beach, een 60 kilometer lang strand. Omdat ik dat Harry niet wilde aandoen, ben ik met een tour meegegaan. Het was om een of andere reden een beetje een suffe onderneming , maar ik heb met een cynische Engelsman de boel kritisch geanalyseerd. Na een traditionele en ietwat genante Maori begroeting hebben we heerlijk een uur over het strand gescheurd. Helaas was het voor het eerst sinds weken bewolkt, en bewolkt in Nieuw Zeeland betekent vijf meter zicht, dus ik moet het nog steeds doen met de ansichtkaarten. Het gaat om het idee. De Maori zien Cape Reinga als de plaats waar de zielen van de doden vertrekken op weg naar hun ‘spiritual homeland’. Ze glijden langs de wortels van een 800 jaar oude Pohutukawa boom (die stond verder dan 5 meter weg, dus weet niet hoe een Pohutukawa boom eruit ziet) de oceanen in.
Het volgende nachtje kamperen in de regen vond plaats in het bos met gigantisch grote Kauri bomen, waaronder Tane Mahuta, de Maori forest god, 51 meter hoog en tussen de 1200 en 2000 jaar oud, en Matua Ngahere, ‘The father of the forest’. Om Robert een plezier te doen ben ik mee geweest met een nachtwandeling op zoek naar een heuse kiwi (inheemse, zeldzame loopvogel), maar het eerste waar meneer de boswachter zijn zaklamp op richtte was een reusachtige, maar dan ook echt reusachtige spin. Die drie meter kon springen. Wat een feest. De kiwi hebben we alleen gehoord.
Toen was het wel weer tijd om iets nuttigers te gaan doen, dus heb net een week op een melkveehouderij gewerkt voor kost en inwoning. Viel een klein beetje tegen, heb eigenlijk nauwelijks een koe gezien en ben nu heel goed in onkruid wieden. Het is de afgelopen tijd heel droog geweest wat voor flink wat stress heeft gezorgd, en ik was helaas de enige wwoofer op het moment. Wat wel heel erg gaaf was, was een kayaktocht met twee andere boeren, werkers en familie, ’s avonds, met duizenden glow worms langs de rivier. Echt prachtig en stuk voor stuk hele aardige mensen.
Op moment van schrijven (21 december) is het hier de langste dag van het jaar, en bij jullie de kortste. Het kerstgevoel wil hier nog niet echt komen, maar ik zal het geheel in Kiwi stijl vieren met een bbq en biertje op het strand. Geniet van de kaarsjes en de sneeuw en elkaar, ik ga eens even een surfboard van onderen bekijken!
Hit the road
Dag vriendjes en vriendinnetjes,
Super bedankt voor de Sinterklaasgedichtjes, echt heel leuk! Wat een rijmtalent! Ik kon alleen Koude Piet niet identificeren. Het wintergevoel lijkt hier ver weg, want zo koud als in het in Nederland is, zo warm en droog is het hier. Veel te zomers voor de tijd van het jaar.
Na tien weken een beetje ploeteren heb ik mijn onderzoek afgerond en opgestuurd, presentatie overleefd en toen was het tijd om Harry (sorry pap, iedereen geeft z’n auto hier een naam, als iemand een beter idee heeft hoor ik het graag) in te pakken en het wijde Nieuw Zeeland in te trekken. Vreemd om weg te gaan van een plek waar je toch een tijd hebt doorgebracht, maar ik was er wel aan toe.
Eerste bestemming was Reporoa, tussen Taupo en Rotorua , om vijf dagen te gaan Wwoofen. Wwoof betekent Willing workers on organic farms, en het houdt in dat je 4-6 uur per dag werkt in ruil voor eten en een bed. De hosts zijn dus meestal boeren of mensen met een lifestyle block; wat dieren en een groentetuin.
Ik was uitgenodigd door Amber en Mark, net aangemeld en vol enthousiasme, vooral Amber, een kleine knappe vrouw die denk ik twee keer in mij past. En ze was… vrachtwagenchauffeur op een log truck, met bomen dus. Lekker gebarbecued en de volgende dag een huis geïsoleerd, met van die fijne glasvezeldingen die dagen later nog in je prikken. Dat was eigenlijk de enige dag dat ik echt gewerkt heb, verder heb ik vooral leuke dingen gedaan. Bijvoorbeeld om 2 uur ’s nachts opstaan om een dagje mee te gaan met de log truck, veel paardgereden en me beziggehouden met de oprecht hele leuke kinderen. Ook al waren ze 7 en 8, ze waren duidelijk beter opgevoed dan de kinderen van Marie en Stefan! Zondag met Sarah (8) en Amber naar Wai-o-Tapu geweest, een park vol geisers, raar gekleurde meren en bloppende modderpoelen, allemaal natuurlijk. Het hele gebied rondom Rotorua is trouwens thermisch actief en stinkt altijd naar zwavel, rotte eieren. Heb echt een leuke vijf dagen gehad, veel rasechte kiwi’s ontmoet en vond het jammer om weg te gaan, misschien kom ik nog terug in maart voor ik naar huis ga.
Vanuit het stinkende Rotorua ben ik naar de heerlijk ruikende Coromandel vertrokken. Het is prachtig hier, de bomen bloeien rood en de zee is zo blauw! Na een nachtje in een mooi hostel in Hahei besloot ik m’n auto en mijn rijkunsten maar eens off road te testen, op een kronkelige, steile, smalle gravelweg naar het noorden van de Coromandel. Ik vond het natuurlijk alleen maar leuk en Harry heeft dapper standgehouden. Aan het einde van de weg lag een DOC camping (Department of Conservation, soort Staatsbosbeheer), met alleen wc’s en koude douches, waar ik pal aan zee m’n tentje op kon zetten. Daar heb ik een mooie wandeling gemaakt en ben ik weer terug gecrost naar Coromandel Town. Daar zit ik nu in een geniaal hippie hostel met een Garfield-look-a-like-kat op m’n buik en een Madagascar (die film) dekbedovertrek op m’n bed, en waar je je schoenen buiten moet laten staan waardoor ik net een half uur naar m’n slippers heb gezocht…
Morgen vertrek ik naar the Far North, het noorden van het Noordereiland. Ik ga proberen om regelmatig hier wat te schrijven zodat het niet van die boekwerken worden, dan blijft het voor jullie ook een beetje te behappen ;).
Liefs!
Lieve mensen in dat koude kikkerlandje aan de andere kant van de wereld,
Sint en Piet zijn dit jaar een klein beetje in de war,
Laura is onvindbaar in een H’lemse, A’damse of Utrechtse bar!
Gelukkig hebben ze haar snel op kunnen sporen,
en blijkt ze de Nieuw Zeelandse zomer te hebben verkoren.
In de Pijntorenstraat gaat het leven intussen rustig door,
en is Freek op 3FM de nieuwste beroemde kletsmajoor.
Robert kan tegenwoordig van de borrels naar huis hinken,
in het Amsterdamse zullen de Grolsch beugels regelmatig klinken.
In dat koude kikkerlandje vierde Harm dit jaar zijn 25 jarig jubilee,
en zal Ruud weer aanschuiven voor een overheerlijk kerstdiner.
Robertine blijft haar kennis van de Nederlandse taal verspreiden,
en probeert intussen het kattenvolk in goede banen te leiden.
Opa bereikt op 2 december de leeftijd van 91 jaren,
en oma, er komt snel weer een kaartje jouw kant op gevaren!
Gerda geniet op de Overtoom van de donkere dagen,
met zo’n prachtig huisje zal dat vast wel slagen.
De halve vliegang is op het moment uitgevlogen,
en de rest moet dat gewoon zomaar gedogen.
Maar wees niet bang lieve An, Sas, Em, Lot en Lies, het komt echt goed,
Marthe en Laura komen jullie gauw tegemoed!
Ook op de Enny is het een klein beetje stil,
Arwen moet druk aan de studie maar mist het gegil.
Even overwinteren, onderga het gedwee,
Dan zit je zo weer met je roomies op de bank bij DWDD!
Op de faculteit zijn de coschappen inmiddels van start gegaan,
dus iedereen kan er weer lekker tegenaan.
Maar in Noorwegen, Maleisie of waar ook op aard,
wordt hier en daar nog wel een onderzoekje geklaard.
De Sint zal zondag toch Nieuw Zeeland even aan moeten doen
want daar zet de Nederlandse kolonie in Palmy hun schoen!
Het waren gezellige weken vol met gekkigheid,
En toch is het nu tijd voor het afscheid.
Deze kiwi is klaar in Palmy en springt in haar snelle wagen,
om zo de rest van Nieuw Zeeland eens te gaan plagen.
En mates, no worries, maar geen geslijm,
alle reacties graag in RIJM :D!
Liefs van Kiwipietje
Weekendje Wellington en Tongariro Crossing
Allereerst bedankt voor alle berichtjes, vind ik erg leuk

Afgelopen weken stonden in het teken van een verslag schrijven... Ik heb nog nooit in m'n leven dagelijks acht uur aan een verslag gewerkt en heb het van schrik al bijna af! Maandag 29 november mijn presentatie en dan ben ik klaar om me in het echte avontuur te storten. Nog één weekje genieten dus van ons Klein-Utrecht op de derde verdieping van de Vet Tower, met op de achtergrond het geluid van de Lachende Man, onze buurman die ons begeleidt met een bulderend lachsalvo de hele dag door. Of ik het ga missen weet ik niet, want ik kan me inmiddels wel vinden in John Cleese' beschrijving van Palmerston North.
Vorige week zijn we met 11 (!) Nederlandse meiden naar Wellington vertrokken. Wellington is vergeleken met Palmy echt een wereldstad, er zijn mensen op straat, er zijn zelfs terrasjes en het is best sfeervol. Gauw op een terrasje neergeploft dus voor de eerst echte koffie sinds twee maanden, toch beter dan de instantkoffie die ik thuis en op Massey naar binnen moet werken... Vervolgens naar het Te Papa museum geweest, een groot gratis museum over heel Nieuw Zeeland, erg interessant! Vooral de animaties over de breuklijn die hier dwars onderdoor loop, top locatie dit, vandaar de 15000 (waarvan 150 voelbare) aardbevingen elk jaar. 's Avonds goed het nachtleven verkend en allemaal weer veilig thuisgekomen. Na een degelijk ontbijt (dat is ook nog wat trouwens, het brood dat ze hier verkopen is een soort veredeld witbrood, slappe hap wat je moet toasten wil het nog ergens naar smaken, en dan wel minstens zes anders heb je na een half uur weer honger) maar goed, ontbijt dus met eieren en spek, zijn we met de helft van de groep naar de Red Rocks Coastal Walk gereden. Welgeteld 50 meter gelopen en toen plofte de eerste neer op het warme zand, verder zijn we niet gekomen. Wie zegt dat je drie uur moet lopen om een zeeleeuwen kolonie te zien?

Vrijdag was toch wel een klein hoogtepunt van m'n reis tot nu toe, ik heb de Tongariro Crossing gelopen! Een wandeling van 19.4 kilometer over en langs vulkanen, samen met Monique en Marrit, twee veterinairen uit Utrecht. Ik heb nog nooit zo'n indrukwekkend landschap gezien en hoop dat de foto's een beetje representatief zijn. In het echt is het altijd beter. Je moest er wel iets voor over hebben, om 7 uur 's morgens vertrok de shuttle uit het hostel en het was een flinke klim. Het uitzicht werd steeds beter, rode kraters van nog actieve vulkanen, stoom uit de grond, sneeuw, knalblauwe meren en Mt. Doom (voor de Lord of the Rings kijkers) altijd op de achtergrond.

Voldaan kwamen we een keurige 7 uur later aan op de andere parkeerplaats, waar we onszelf 2.5 uur hebben vermaakt omdat we om onverklaarbare reden de eerste bus niet gezien hadden.
Na een verfrissend bezoekje aan de spa zijn Marrit en ik wat gaan eten in de plaatselijke pub, waar we Kevin uit Texas tegenkwamen. Die stond met z'n tentje in de tuin van de overburen van ons hostel, en zo vonden we onszelf even later met een biertje in een garage tussen de locals, voornamelijk Maori's.
De verhoudingen tussen de Maori's en Pakeha (de blanke ‘kiwi's', van oorsprong Europeanen), ligt nog steeds een beetje gevoelig. De hele geschiedenis zal ik gaandeweg mijn reis proberen te vertellen als ik er wat meer mee in aanraking kom, anders wordt het denk ik een beetje een saai verhaal. Wat me tot nu toe vooral is opgevallen is de gangbare mening van de Kiwi's over de Maori's, ze zouden lui, agressief, alcoholistisch en niet te vertrouwen zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ze best een beetje intimiderend overkomen, de mannen zijn vaak grote brede kerels met veel tatoeages en een matje in hun haar. Aan de andere kant leunt het halve toerisme hier op die cultuur en deed het me allemaal iets te veel aan Geert Wilders denken... Gelukkig maar, want we hebben echt een hele leuke avond gehad! Best wat geleerd en gewoon lekker muziek geluisterd en gekletst. De tatoeages staan bijvoorbeeld onder andere voor figuren voor familieleden, rivieren en bergen (elke Maori tribe, of stam, heeft een eigen berg en rivier) en belangrijke waarden. Zij vonden de kiwi's best oké en we hebben een hele lijst met tips gekregen. Ze waren ontzettend gastvrij, dat zijn wij echt niet gewend en maakte dat wij ons weer een beetje ongemakkelijk voelden, want waarom zouden ze zo aardig doen als ze niets van ons wilden? Uiteindelijk was er dus helemaal niets aan de hand. Echt leuk om zo spontaan mee te maken.
Dat was het weer, tot de volgende keer, en doe Sinterklaas de groetjes van me want die mis ik wel een beetje

Liefs!
P.s. Meer foto's onder het kopje foto's!
Hey, how are you?
Dat zijn de eerste vier woorden die je hier hoort als je iemand tegenkomt. Volgens mij is het heel boers om ergens binnen te komen banjeren met een simpel hi. En in tegenstelling tot wat je zou verwachten willen veel mensen een serieus antwoord, en wordt je gevraagd wat je gedaan hebt die dag en wat je ervan vond. Zomaar bij de kassa van de supermarkt. Even wennen, maar altijd reden tot een gesprekje en dat is natuurlijk alleen maar leuk en makkelijk!
Well, i’m fine! Af en toe weet ik een helder momentje bij Chris te pakken te krijgen, ik voer hem koffie tegenwoordig, dat lijkt te helpen. Hij is nog steeds behoorlijk opgewonden over de uitkomsten van mijn onderzoek, dus dat is positief! Hij wil er alleen wel meteen tien andere onderzoeken en zijpaden (hij is dol op zijpaden) bijhalen, terwijl ik net had bedacht dat ik 10 weken hier wel lang genoeg vind en eind november de hort op wil. Even doorwerken dus komende 4,5 week en anders braaf de twaalf weken volmaken.
Maar goed, stiekem ben ik hier natuurlijk niet om in een hok te zitten, dus afgelopen vrijdag heb ik Ruth, Marieke en Vera (drie andere diergeneeskundestudenten die ook de tropische temperaturen van dit hok doorstaan) in mijn auto geladen, op weg naar New Plymouth! Ongeveer 3,5 uur rijden door opnieuw een prachtig landschap, met als hoogtepunt de Mt. Taranaki, letterlijk en figuurlijk. Daar zit nog wel een mooi verhaal achter, voor de liefhebbers:
Volgens een oude Maori legende leefde Taranaki eeuwenlang in het midden van het Noordereiland bij de andere vulkanen, Tongariro, Ngauruhoe en Ruapehu. Vlakbij hen stond de prachtige vulkaan Pihanga en alle bergen waren verliefd op haar. Taranaki besloot het erop te wagen en zette de eerste stap, tot ongenoegen van Tongariro. Dit leidde tot een gevecht tussen Taranaki en Tongariro welke de aarde deed schudden, en Tongariro won de liefde van Pihanga. Taranaki kon dit niet verkroppen en wandelde boos en jaloers de zonsondergang tegemoet, een diepe kloof en een rivier van tranen achterlatend, The Whanganui River. Mt. Taranaki leeft nog steeds in isolatie aan de kust en hult zijn gezicht in wolken van tranen, huilend om zijn verloren liefde. Tongariro wil nog wel eens uitbarsten, als waarschuwing voor Taranaki. Sommige Maori vermeden het gebied tussen deze vulkanen, omdat gedacht werd dat Taranaki wraak wilde nemen en terug zou lopen, wat voor een heftige aardbeving zou zorgen.
Einde intermezzo. Onderweg in het plaatsje Bulls zijn we even langs een Nederlandse winkel geweest, vol met ouwe meuk en eten. Zéér goed smakende pepernoten ingeslagen! In New Plymouth hebben we een stukje van de coastwalk gelopen, lekker om de zee te zien! De volgende dag een fijne wandeling gemaakt en 's avonds hebben we de is-het-je-riem-of-is-het-je-rokje-cultuur genegeerd en zijn lekker midden in de club in spijkerbroek bij de openhaard gaan zitten. Kan allemaal hier. Zondag hebben we een bezoekje gebracht aan het Pukekura Park, een heel mooi groot park midden in de stad, en toen terug naar Palmy en op tijd naar bed!
De volgende morgen vroeg, vroeg opgestaan, de rest weer opgepikt en richting zuiden gereden. We gingen naar Kapiti Island, een eiland waar ze alle roof- en knaagdieren vanaf gegooid hebben, zodat de vogels in leven blijven. Voor we de boot opgingen moest je hele tas dus leeg om te kijken of er geen muizen of knaagdieren inzitten (ik dacht nog ‘s morgens, zal ik m’n muis meenemen). Gewapend met verrekijker zijn we naar de top geklommen, vakkundig naar boven turend, maar de meeste vogels deden een spelletje ik hoor je wel maar ik zie je niet. Toch wel wat mooie exemplaren gezien, en de Kaka en de Weka (nee Robert, geen kiwi) wilden graag een hapje meepikken met de lunch, dus die hebben we goed kunnen bestuderen! Meneer Weka rende zo het bos in met de zak worstenbroodjes van een medewandelaar.

Thuis gaat het nog steeds goed, ik volg braaf twee keer per week de Zumbalessen en heb gisteren nog een lesje sterrenkunde van Stefan gehad. Gelukkig had ik vlak daarvoor bij een overigens erg mooie vuurwerkshow in Feilding (leuk om eens compleet nuchter vuurwerk te zien), mensen te weten te imponeren met mijn astrologische kennis letterlijk uit Sesamstraat en Melkweg. Voor de familie Van Leeuwen: inclusief de reactie ‘dus eigenlijk is elke ster een zon!’ Wel heel gaaf om door een telescoop Jupiter te zien met vier manen er omheen.
Dit was het weer, nieuwe foto’s staan er ook weer op!
12000 ft.
Het onderzoek gaat redelijk vlot, omdat ik eigenlijk alleen maar bestaande data hoef te verwerken en niet hoef te wachten op nieuwe data van stoeterijen, slachthuizen of boeren. Probleem is wel dat statistiek niet mijn favoriete vak was en er op internet alleen informatie voor supergevorderden lijkt te zijn. Dat plus het feit dat m’n begeleider met de dag chaotischer lijkt te worden, houdt me dus goed bezig hier. Heel spannend is het niet, maar ik heb nu wel genoeg tijd om anderen te helpen met hun onderzoek (alleen de leuke dingen natuurlijk), en met Stefan mee te lopen.

Vorig weekend was weer een weekendje Palmerston, het weer zat voor de verandering niet echt mee. De Maori (oorspronkelijke bewoners) noemen NZ niet voor nietsAotearoa, wat vertaald kan worden als ‘Het land van de lange witte wolk’. Behalve uitgaan en een zoektocht naar muziek in de auto was het niet noemenswaardig. Want hoewel mijn auto jonger is dan ikzelf, zit er alleen maar een AM-radio in, niet eens een casettedesk. Na tien keer uitgelachen te zijn (de verkopers kwamen niet verder dan muahahahaha maybe it’s time to give your car an upgrade), heb ik maar kleine boxjes gekocht om gewoon op het dashboard te zetten. Deze verkoper vond het gelukkig ‘wow yeah that’s awesome, sweet as yeah awesome mate bro, cheers mate ay, choice ay’, zoals het een echte Kiwi betaamt. Gelukkig maar. Zaterdag mezelf in rokje en hakken gehesen en met windkracht 10 de berg afgescheurd op m’n mountainbike en ongelofelijk charmante fietshelm (dat is hier verplicht). Moet een vermakelijk gezicht zijn geweest. Het uitgaan is nog steeds vooral verbazingwekkend lomp, iedereen loopt gewoon in een rechte lijn op hun doel af en de mannen hebben over het algemeen een enorme plaat voor hun kop. Levert wel amusante momenten op.
Woensdag de mensen bij de pubquiz hard laten schrikken door opeens zevende te worden, wel mede dankzij een hyperintelligente Fransoos die los ging op de wiskundeopgaven. Donderdag hebben we een kijkje genomen op een soort Nieuw Zeelandse Vet-inn (voor de outsiders, Vet-inns zijn diergeneeskundefeesten in de fietsenkelder van de faculteit). Het thema was Halloween dus iedereen was goed verkleed. Ik denk dat veterinairen stiekem overal ter wereld een beetje hetzelfde zijn.
Afgelopen weekend ben ik eindelijk Palmerston North uitgekomen, daar was ik wel aan toe want de tijd vliegt. Op kosten van de universiteit zijn we met 6 meiden in een busje geklommen om in Taupo enquêtes af te nemen en paarden te wegen op een eventing championship voor het onderzoek van één van ons. Vrijdagmiddag rond 16.00 uur kwamen we aan, omdat bijna alle deelnemers er al waren en de wedstrijden pas zaterdag zouden beginnen, hebben we bijna alle enquêtes er vrijdag al doorheen gewerkt. Zaterdag om 12.00 uur kon het weekend dus beginnen, met accommodatie en diesel betaald door Massey!

Taupo is dé plek om parachute te springen. En welgeteld een half uur nadat ik geroepen had dat ik alleen ging als het helder was, dat leek me wel een veilige uitroep omdat het compleet bewolkt was, waren alle wolken verdwenen. Zo vond ik mezelf nog geen uur later in de hangar van een skydive centre, met toch wel een beetje knikkende knietjes. Pakkie aan, een lesje ‘hoe spring ik uit een vliegtuig zonder dood te gaan’ van nog geen drie minuten en daar gingen we. Natuurlijk zat ik pal voor de ingang en zou ik er dus als eerste uit moeten, goed vastgeketend aan de instructeur gelukkig. Eigenlijk was het zo bizar dat het niet eens heel eng was. Ik bedoel, je zit achterstevoren op de grond in een vliegtuigje met een kerel op je rug en een vliegenierspetje op. Je vliegt naar vier kilometer hoogte en dan besluit de kerel op je rug dat hij zin heeft om uit het vliegtuig te springen. Dat valt toch niet te rationaliseren. De vrije val duurde 30 seconden en ik geloof dat ik mezelf vooral afvroeg of ik het nou leuk vond of niet, maar daar kwam ik niet zo goed uit, ik denk ik wel. Toen de parachute open ging voelde het als de normaalste zaak van de wereld, helemaal toen de kerel saaie vragen over m’n onderzoek ging stellen, je kunt dus gewoon een gesprekje voeren. Het is trouwens een goed idee als je gestressed bent, want daarna waren we allemaal volkomen ontspannen.

Omhetontspannen gevoelnog wat te versterken wilden we een bezoekje brengen aan een hotpool, heet water in een inham van de rivier. Het was een beetje druk in het badje, dus dat hebben we uitgesteld tot de volgende ochtend. Heel grappig, midden in de ijskoude rivier is een stukje heet water, compleet met hete waterval als douche. Ik denk dat het rond de 45 graden was, dus ook al is het buiten koud is het daar prima toeven. Het is helemaal natuurlijk, door geothermische activiteit. Verder nog de Huka Falls gezien waar twee olympische zwembaden per minuut vanaf schijnen te komen, en naar een thermisch gebied geweest. Heel maf, overal kwam stoom uit de grond en er waren gezellig bloppende modderpoelen. Uiteraard hebben we ook het nachtleven verkend, volgens mij zijn ze in Taupo nog gekker dan in Palmy.
Na drie dagen had ik het gevoel een week te zijn weggeweest. Komend weekend is Labour weekend, dus dan staat het volgende tripje al op het programma! Ditmaal naar New Plymouth en Kapiti Island, een eiland waar ze jaren geleden alle knaagdieren hebben uitgeroeid, zodat er allerlei bijzondere inheemse loopvogels leven.
Nieuwe foto’s staan er ook weer op!
Liefs!
Een eigen auto en duizend rammenballen
Ik ben in het bezit van mijn eerste eigen auto! Een witte Nissan Sentra uit 1990, bomvol nieuwe onderdelen dus als het goed is hoef ik komende zes maanden niet terug te vallen op de AA. De Automobile Association (equivalent van de ANWB), ik heb hier nog niet zoveel van Stefans zelfgebrouwen bier gedronken dat ik lid moet worden van die andere AA. Het is een automaat, dat zijn de meeste auto’s hier, en dat is wel even wennen, vooral in combinatie met het feit dat ze hier links rijden en de hele auto verkeerd om is. Voor elke bocht zet ik dus de ruitenwisser aan in plaats van de richtingaanwijzer, stamp met mijn linkervoet op de grond en doe ik een grabbel in de rechter deur. Maar wel heerlijk om die vrijheid te hebben, en het links rijden op zich is makkelijker dan ik dacht.
En, goed nieuws, het is lente! Van de ene op de andere dag is de wind gaan liggen en de zon verschenen, en als ‘ie schijnt dan schijnt ‘ie hier ook echt. Petje op en insmeren met minstens factor 30 dus. Gelukkig heb ik het genoegen overdag in een hok te mogen zitten, waar het trouwens wel steeds gezelliger en drukker wordt. Omdat ik niet zo’n zin heb om terug te komen met RSI en mijn begeleider Chris me volgens mij straal vergeten is, ben ik vooral bezig met leukere dingen. Chris vindt trouwens toch dat je in een absoluut recordtempo werkt wanneer je hem de helft van je gedane werk laat zien terwijl je ondertussen een rondje over de campus hebt gemaakt, een Oh Oh Cherso marathon hebt gehouden en minstens dertig keer Facebook hebt gecheckt. Ik maak goed gebruik van Stefans aanbod om mee te lopen en heb hier in twee weken al meer praktische ervaring opgedaan dan in vier jaar Utrecht. Hoogtepunt zijn de farm visits, dat is het echte New Zealand. Supermooie uitzichten, heel veel schapen en zelfgebakken scones. En duizend rammenballen om te palperen (pal-pe-ren (Frans, Latijn) (palpeerde, h. gepalpeerd) betasten; geneeskunde: zacht betasten of bevoelen). In Nederland wordt de ram gewoon over het hek gegooid om daar een paar weken zijn werk te doen, en verdwijnt daarna stilzwijgend in een broodje Doner. Hier hebben ze er wat meer, en doen ze er nog wel eens wat onderzoek aan.
Verder heb ik mijn eerste stapavond, eerste Kiwi barbecue en eerste wandeltocht meegemaakt. Het stappen was zeer interessant. Ik was al gewaarschuwd, maar eerst zien dan geloven. Hoe lomp iedereen er hier overdag ook bij loopt, ’s nachts stroomt de stad vol met meisjes die vergeten zijn een broek of rokje aan te trekken. Superkorte plastic coctailjurkjes of complete galajurken met bijpassende pumps met 12 cm hak zijn de dresscode. Daarbij zijn ze meestal ook nog minstens twee maten dikker dan ze zelf denken. Wel erg gelachen, en het bier smaakt goed. De volgende dag dus een barbecue, dat is echt traditie hier, iedereen neemt wat mee en trotseert zo lang mogelijk de kou. Zondag heb ik een wandeltocht gemaakt, de Manawatu Gorge Track door het bos. Heel mooi en niet te moeilijk om mee te beginnen. De trots van Palmerston North is trouwens het windmolenpark, ze vinden ze prachtig en uniek, terwijl ik ze eigenlijk vooral het uitzicht vind verpesten. Tijdens de wandeltocht waren er dan ook een aantal uitkijkpunten, allemaal gericht op de windmolens uit een andere hoek. Weergaloos.
Behalve de uitgaansmanieren zijn hier nog wel meer Engelse invloeden te vinden, zoals de pubquiz. En fanatiek ook! 14 teams deden mee en we waren niet eens laatste. Best pittige vragen, en ik denk dat we de vraag wat het beroep van de kabouter is een beetje verkeerd begrepen.
De Chinezen zijn trouwens weg. Dat waren ze zelf al van plan, maar na het verspreiden van wat onwaarheden over Stefan en Marie duurde het welgeteld een half uur voor ze vertrokken waren. Ze wilden graag hun lunch (rijst) klaargemaakt hebben en precies op tijd van school worden gehaald. Even for the record, ze waren 25. Dat in combinatie met te langzaam internet en de vraag of ze een weekendje meegingen naar Taupo was de druppel. Ik vind het niet erg, sociaal waren ze toch niet en elke morgen wakker worden van een 10 minuten durende ochtendrochelceremonie vond ik niet zo prettig.
Dit weekend maar even de stad in, misschien weer naar een barbecue, stappen en een stukje rijden en het strand bekijken. Ben benieuwd hoe het in Nederland gaat! Nieuwe foto’s staan onder het kopje foto’s!
