Wandelingetje, boottochtje en weer wat kilometertjes

G’day, het is tijd om jullie weer even door de koffiepauze heen te helpen.
De laatste nacht in Queenstown heb ik briesend en scheldend doorgebracht omdat m’n gezellige blauwe tentje besloot me drastisch in de steek te laten. Oké, ik heb hem voor 80 NZ dollar (ongeveer 50 euro) gekocht bij The Warehouse - “where everyone gets a bargain” i.e. where everyone gets a lekkende kuttent die elk half uur compleet in elkaar klapt en waarvan de stokken breken bij windkracht 2 en die dwars door het dak heen drupt. Rond een uur of drie stond ik op het punt om hem direct ritueel te verbranden, maar m’n tentgenoot (die feitelijk onder het gedrup lag, maar mijn gebries was kennelijk vermakelijk genoeg om dat een nacht vol te houden) heeft me ervan weten te weerhouden.

Daarna was het tijd voor de Milford Track, ‘The worlds finest walk’. Per dag mogen veertig mensen starten, plus een bootlading Japanners die tonnen neertellen voor een guided walk. Gelukkig lopen Japanners niet zo hard en hadden ze hun eigen luxe hutten en schuilplaatsen, dus ik heb ze na de eerste tien minuten niet meer gezien. Onderweg sliepen we in hutten, bestaande uit stapelbedden met matrassen, kooktoestellen, koud water, wc’s en een houtkachel. De eerste dag was een opwarmertje, boottochtje van een uur en een uurtje lopen, en daar was de hut al. Geen straf, want vijf minuten nadat ik de hut bereikte begon het te plenzen, tot de volgende morgen. De hutranger Kabouter Spillebeen had op zijn ‘indicator rock’ gezien dat het water op het pad twee meter hoog stond (ik denk nog steeds dat ‘ie gewoon even iemand belde om het ff op Google te checken). Ondanks dat de zes aanwezige leden van Korean Army om half zes schreeuwend naast hun bed stonden, mochten we de hut niet verlaten tot een uur of tien. Zoals in de rest van Nieuw Zeeland is het weer in Fjordland (met meer dan 9 meter regen per jaar) zeer veranderlijk, dus dat betekende een prachtige dag lopen met blauwe lucht door een adembenemend landschap. Wel met water tot aan boven de knieën op sommige stukken (de Korean Army heeft een heel scala aan ‘vind ik niet leuk’ geluidjes), maar ik heb ondervonden dat lopen met een hele sloot in je schoenen prettiger is dan met alleen een beetje natte sokken.
De volgende dag leidde over de Mackinnon Pass, 1154 meter hoog. Rond 12 uur zou het weer gaan regenen, dus ik heb het tempo even opgevoerd en stond in m’n eentje op de top in het zonnetje (gelukkig werkt een enthousiaste Korean Army als goede wekker). Zeer indrukwekkend. Om 12 uur regende het inderdaad weer pijpenstelen, en omdat ik nog niet nat genoeg was heb ik maar even een omweggetje genomen naar de Sutherland Falls, de hoogste waterval in Nieuw Zeeland. Ik werd bijna weggeblazen door de kracht van dat water. Na tien minuten lopen was ik compleet doorweekt maar eigenlijk was het prachtig, overal watervallen en rivieren. Lekker opgewarmd in de hut met veertig paar schoenen, sokken, broeken, jassen en backpacks. Toen was het al weer tijd voor de laatste dag, weer gezellig wakker geworden met de Korean Army, gelukkig was het voornamelijk vlak terrein. 53.3 kilometer verder bereikte ik het eindpunt met de veelbelovende naam Sandfly Point. Niet al te veel Sandflies gelukkig, wel een voldaan gevoel! Als beloning heb ik mezelf een tripje over de Milford Sounds gegeven, heerlijk om op een boot te zitten met een kopje koffie, turend over het zoveelste prachtige landschap.

Toen had ik eigenlijk geen plannen meer, behalve Kevin weer opzoeken in Invercargill, een stad in het uiterste zuiden van het Zuidereiland. Invercargill was een soort Palmerston North inclusief windkracht 8, regen en ongeveer de helft van de temperatuur die ik gewend was. Iets te goed de kroeg van binnen gezien dus, en de volgende ochtend om 10 uur door de schoonmaakster het hostel uitgejaagd. Daarna een paar uur enigszins moedeloos in de auto naar de regen gestaard en uiteindelijk toch maar de gok genomen en de ferry gepakt naar Steward Island, een eiland ten zuiden van NZ. Heftig boottochtje, lekkere kotsscenes binnen maar ik ben braaf buiten gaan zitten in de regen en heb alles binnen weten te houden. Op Steward Island gaat alles nog net iets langzamer dan in de rest van Nieuw Zeeland, het echte eilandleven. Gelukkig was het de volgende dag mooi weer en konden we wat wandelingen maken, verstoppertje spelen met de vogels, hard nadenken over een duik in zee (toch maar niet) en verder vooral niet te veel doen. Een wederom heftig boottochtje terug en toen zijn we de Catlins ingereden. Als ik een landschap zou moeten ontwerpen zou het eruit zien als de Catlins, prachtige ruige kustlijn, overal groene heuvels met ontelbare schapen, maar dan zonder de wind en regen. Het waait daar zo idioot hard dat alle bomen scheefgegroeid zijn. We hebben een dagje rondgescheurd in Harry, het aller zuidelijkste puntje van NZ bezocht, wat korte wandeltochtjes gemaakt, een half uur naar een zeldzame pinguïn gestaard die besloot plat op z’n buik te blijven liggen en geen millimeter te bewegen, bijna doodgegaan van de kou in de tent en toen waren we helemaal klaar met het weer en zijn we naar Dunedin gereden.
Dunedin is een opvallend leuke stad voor Nieuw Zeelandse begrippen, het doet heel Europees aan. Ik heb een paar dagen daar gechilled in het studentenhuis van Antti, die ik met Kerstmis in Raglan had ontmoet.

Geloof het of niet, maar ik begin een beetje rusteloos te worden van het niets hoeven doen. Natuurlijk doe je veel zo op reis, maar voor het grootste gedeelte bestaat het uit rijden, een slaapplaats vinden, eten regelen en sightseeing. Absoluut geen slecht leven, maar ik heb toch weer behoefte aan iets nuttigs doen, dus vanaf morgen ga ik even heel hard werken op een reusachtige schapenboerderij. Heb net even een korte detour gedaan naar Mt. Cook en Lake Tekapo, het begint saai te worden maar het was weer prachtig, zie foto’s (met dank aan pap)!

Reacties

Reacties

Marthe

Lau, heerlijk geschreven stuk dit weer, zit inderdaad mee te genieten in mn koffiepauze ;)!! en supermooie foto's ook... (je hebt gewoon ECHT tot je knieen in het water gelopen!)
veel plezier met de schapen! mis je wel erg hoor, maar gelukkig ben je over niet al te lang weer terug. geniet er nog maar extra van!!
kus

Gerda

Je bent weer in een prachtig gebied,
geweldig mooi.
Maar al die regen hoop dat het warm water was.
En dat schommel bootje ik werd al bijna
misselijk toen ik het las.
Veel plezier nog met de schapen.
Groetjes .

Robertine

Wat een verhaal weer en wat een water... Ik kan er niets aan doen, maar af en toe kreeg ik Sluftervisioenen bij de foto's. Die vogels zo dichtbij en die zeeleeuw... echt bijzonder! En neem dat tentje alsjeblieft niet mee terug. Ga nog maar even lekker zo door, al duurt het wel lang inmiddels... XXX

Harm

Ziet er raar uit, zo'n voetpad vol met water. Mocht er wat zijn dan kun je altijd terecht bij de Synovate vestiging in Auckland! Werk ze op de schapenboerderij.

Diana

Je bent volgens mij op het platteland en niet in Christchurch, laat gauw wat van je horen

Diana

Fijn dat je wat liet horen, ik was ongerust....
Pas goed op jezelf en we zien elkaar in April
Diana

Gerda

Lieve Laura,gelukkig is met jou alles goed.
Schrok wel met al die nare berichten .
T.V laat hier nare beelden zien.
Pas goed op en veel liefs, dag.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!